Mag de verhuurder de huur opzeggen om zelf in de woning te komen wonen?

De Woninghuurwet voorziet een speciale regeling, die de verhuurder toelaat om een huurcontract op te zeggen omdat hij de woning zelf wil bewonen. De verhuurder kan zo’n opzegging alleen maar doen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

Ten eerste: de verhuurder kan de opzegging alleen maar doen als hij de woning echt zelf gaat bewonen. Ook de echtgenoot(o)t(e) van de verhuurder, zijn afstammelingen (kinderen, kleinkinderen), bloedverwanten in de opgaande lijn (ouders, grootouders) en bloedverwanten in de zijlijn tot in de derde graad (broer, schoonzus, …) komen in aanmerking.

Ten tweede: de verhuurder moet een opzegtermijn van zes maanden respecteren. Zo krijgt de huurder voldoende tijd om een andere woonst te vinden. De verhuurder kan de opzegging op elk moment doen. De enige uitzondering hierop is het geval waarin de opzegging gebeurt om een bloedverwant uit de derde graad de woning te laten bewonen. In dat geval kan de verhuurder enkel aan het einde van elke driejarige periode tot zo’n opzegging overgaan.

Ten derde: in de opzegbrief moet de verhuurder uitdrukkelijk schrijven wie de woning zal betrekken en welke familieband er tussen de verhuurder en deze persoon bestaat.

Ten vierde: de verhuurder of het familielid moet de woning effectief gaan bewonen binnen het jaar, te rekenen vanaf het moment waarop de opzegtermijn afgelopen is. Deze persoon moet minstens twee jaar in de woning blijven wonen.

Ten vijfde: het gaat om een huurovereenkomst van “lange duur”. Huurcontracten van het type “korte duur” kunnen om deze reden niet vroegtijdig opgezegd worden door de verhuurder.

Huurder en verhuurder mogen over deze clausule afwijkende afspraken maken in de huurovereenkomst, maar enkel voor zover de bescherming van de huurder daarbij niet verminderd wordt.

jelle-harmen-van-mourik-226508-unsplash.jpg